| |
|
.
.C.G. JUNG INFO
.
Manfred Kets de Vries
__________________________________________________________
Manfred Kets de Vries - 'Worstelen
met de Demon'
Over emoties, irrationaliteit en onbewuste processen in
mens en organisatie
Manfred F.R. Kets de Vries is econoom, psychoanalyticus,
bedrijfsadviseur en hoogleraar personeelsmanagement bij INSEAD,
Europees Management Instituut in Fontainebleau.
Kets de Vries is een aantal malen onderscheiden voor excellent
docentschap en hij heeft een groot aantal boeken en artikelen
gepubliceerd, o.a. de in het Nederlands vertaalde boeken
'Organisatieparadoxen: klinische benaderingen van management' (1994),
'De neurotische organisatie' (1984), 'Leiders, narren en bedriegers'
(1993), 'Op leven en dood in de directiekamer'(1995 - een prijswinnend
boek).
De studie 'Worstelen met de demon', die hieronder besproken wordt, is
gepubliceerd in 1999.
___________________
'Worstelen met de Demon' is een studie naar
de relatie tussen persoonlijkheidstype, leiderschapsstijlen van
ondernemers en (top) managers en de typische karakteristieken van de
organisaties waarin dergelijke personen werken.
Kets de Vries gaat uit
van de opvatting dat de persoonlijkheidsstructuur van dergelijke leidinggevenden sterke invloed heeft op hun leiderschapsstijl.
Dit heeft duidelijke
gevolgen voor de wijze waarop
de organisaties vorm
krijgen en zich ontwikkelen.
Hij beschrijft ook karakteristieke sterke
en zwakke kanten van dergelijke organisaties.
De karakteristieke vorm van een organisatie wordt zowel direct als
indirect door de ondernemer tot stand gebracht, meent Kets de Vries.
Ten dele stuurt zo'n leidinggevende het bedrijf op zijn eigen manier
aan en ten dele is een dergelijke ondernemer geneigd om andere managers
aan te trekken die van soortgelijk type zijn als de ondernemer.
Hierbij maakt hij de kanttekening dat er wel een duidelijk verschil
bestaat tussen 'gezonde', goed functionerende organisaties en
'neurotische' (term van de auteur) of disfunctionele organisaties in de
keuze van andere managers.
Gezonde organisaties worden gekenmerkt door
een grotere variatie van leiderschapsstijlen en persoonlijkheden, zodat
verschillende individuen elkaars tekortkomingen gewoonlijk wel op een
bewust niveau kunnen opvangen en compenseren. Een enigszins bevlogen en
onvoorspelbaar type trekt dan bijvoorbeeld op met een vrij precies,
evenwichtig en saai type: ze kunnen elkaar zinvol aanvullen.
Juist bij disfunctionele organisaties treft men vaak een sterke mate
van homogeniteit aan bij de managers, die allemaal nogal op elkaar
lijken. Het gevolg daarvan is dat dergelijke organisaties nogal
eenzijdig worden, dat noodzakelijke correcties uitblijven en dat aldus
het evenwicht verstoord wordt. Hieruit kunnen diverse soorten problemen
voortvloeien.
De hier besproken studie is vooral een studie naar de
disfunctionele
situaties, waarbij het accent ligt op de persoonlijkheid en
leiderschapsstijl van de ondernemer of (top) manager, die
juist in dergelijke situaties vaak een te groot stempel op de
organisatie drukt.
Manfred Kets de Vries onderscheidt ten eerste twee tegengestelde
persoonlijkheidstypen die vooral gekenmerkt worden door een verschil in
temperament en emotionaliteit.
Dit
zijn de hypomanen ('werkende
vulkanen') en de alexithymen ('dooie dienders').
De hypomane types zijn erg dynamisch, (over) actief, emotioneel en
uitbundig.
In het beste geval hebben ze een inspirerende en enthousiasmerende
uitwerking op hun omgeving en in het slechtste geval zijn ze
overmoedig, roekeloos, onvoorspelbaar en veel te dominant aanwezig. In
hun omgeving kan de druk veel te hoog oplopen en er kunnen telkens weer
allerlei slecht doordachte en schadelijke acties opgestart worden.
De alexithymen zijn vooral onverstoorbaar, koel, nuchter, bedaagd en
tamelijk gevoelsarm met een afkeer van emotionele expressie. In het
beste geval kunnen ze steeds de rust bewaren en een voorspelbare
omgeving tot stand brengen. In het slechtste geval hebben ze een
neerdrukkende, demotiverende invloed op hun omgeving, die steeds saaier
en stoffiger wordt en waarin onmiddellijk een domper gezet wordt op
enige blijk van levendigheid en dan vooral op de uiting van gevoelens.
Deze twee disfunctionele typen ontwikkelen vaak organisaties 'naar hun
eigen beeld en gelijkenis', namelijk respectievelijk theatrale,
instabiele
organisaties waarin de macht veel te sterk gecentraliseerd is en op
veel te primitieve wijze uitgeoefend wordt; of doodse, depressieve,
star-bureaucratische organisaties waarin initiatief en zelfs gewone
uitingen van menselijkheid gesmoord worden.
Kets de Vries analyseert
deze situaties en schetst hoe ze tot stand gebracht worden.

Gewoonlijk worden personen van een ander
type verdreven uit dergelijke
situaties.
Het komt regelmatig voor dat de bedrijfsresultaten
tenslotte nogal te lijden hebben onder de gevolgen van de
disfunctionele persoonlijkheidsstijlen en omgangsvormen.
Kets de Vries
beweert dat effectieve veranderingen juist in dergelijke
disfunctionele situaties alleen plaats kunnen vinden door wijziging van
de leiderschapsstijl in de top van de organisatie - door de
persoonlijke ontwikkeling van de personen in kwestie of door vervanging
van deze personen.
Gedeeltelijke vervanging kan dan volgens hem niet
werken: andere types kunnen wel geintroduceerd worden, maar als zij
onvoldoende invloed hebben dan worden zij er juist in deze homogene
organisatieculturen al snel weer uitgewerkt, zodat de vicieuze cirkel
niet doorbroken wordt.
In gezondere organisaties zijn er veel meer mogelijkheden om tot de
soms noodzakelijke veranderingen of aanpassingen te komen.
Verder gaat deze studie vrij uitgebreid in op de specifieke kenmerken
van de narcistische stoornissen, die regelmatig voorkomen bij
ondernemers en (top) managers. In deze situatie nemen de behoefte aan
macht en status en de prestatiedrang gewoonlijk sterk toe ten opzichte
van het normale, terwijl de verhoudingen met andere mensen nogal eens
verstoord zijn.

Kets de Vries behandelt met name de
disfunctionele
kanten van de behoefte aan macht, de behoefte aan bewondering, de
neiging tot zelfoverschatting (grandiositeit) of de keerzijde daarvan,
de neiging tot (zelf) verachting of depressiviteit, en tenslotte de
tendens van dergelijke personen om de organisatie als een verlengstuk
van zichzelf op te vatten en dienovereenkomstig te behandelen.
Dit
laatste is met name storend voor andere medewerkers, die hierdoor in
een merkwaardig afhankelijke positie komen en onderhevig zijn aan
manipulaties die dienen om het zelfbeeld van de desbetreffende
ondernemer of (top) manager op te krikken.
Kets de Vries geeft enige adviezen om de balans te herstellen, zodat
een gezondere situatie kan ontstaan, maar hij is realistisch genoeg om
te beseffen dat het daarbij dan gewoonlijk om heel zware, langdurige
trajecten gaat, bijvoorbeeld in de vorm van jarenlange psychotherapie.
Er zijn verder vier belangrijke soorten 'samenzweringen'
(disfunctionele patronen van samenwerking) in organisatieculturen;
enige andere vormen komen minder vaak voor in organisaties. In deze
studie gaat het vooral over de narcistische samenzwering, de
controlerende samenzwering, de paranoide samenzwering en de
sadomasochistische samenzwering.
Over 'de narcistische samenzwering', die de meest gangbare is, is
hierboven al iets geschreven.
In een dergelijk soort organisatie treft
men dan vaak afhankelijke of opportunistische medewerkers,
'contra-narcisten' die in staat en bereid zijn om zich als verlengstuk
en als bewonderend publiek te gedragen ten opzichte van een dergelijke
ondernemer.
In zo'n situaties kunnen gemakkelijk allerlei
illusies gecultiveerd worden, waarop dan geen correctie vanuit de
werkelijkheid meer plaats kan en mag vinden.
In
'de controlerende samenzwering' bestaat er vooral een sterke
behoefte aan het uitoefenen van dwang en controle.
Dergelijke
organisaties zitten vaak vol regels, voorschriften en nogal precieze
opdrachten, die ook tot op detaillistisch niveau voortgezet kunnen
worden.
In dit type organisaties vindt men dan vooral gehoorzame
medewerkers, die zich niet per se complimenteus hoeven te gedragen,
maar die in
ieder geval niet bereid of in staat zijn om zelf initiatieven te nemen.
Zij voeren de opdrachten strikt uit en verder gaan ze niet.
In zo'n cultuur is het bijzonder moeilijk om enige vorm van vernieuwing
door te voeren: niemand wil dit of kan daar mee overweg.
In 'de paranoide samenzwering' bestaat ook een sterk op beheersing
gerichte cultuur, die nu vooral in combinatie met argwaan, wantrouwen
en snel opgewekte vijandigheid tot uitdrukking komt.
Anderen worden
snel van allerlei kwaads verdacht en men neemt gewoonlijk uitgebreide
voorzorgsmaatregelen daartegen; er wordt bijvoorbeeld overmatig veel
informatie vergaard voor controledoeleinden. 
Alleen personen van
soortgelijk type kunnen 'overleven' in een dergelijk soort organisatie.
Andere types worden al snel als vertegenwoordigers van een of ander
kwaad opgevat, met alle consequenties van dien.
In 'de sadomasochistiche samenzwering' bestaat er tenslotte een cultuur
die niet alleen sterk machtsgericht en vijandig is, maar die met name
ook getypeerd wordt door wreedheid, waarbij een sterke behoefte bestaat
om te straffen en te kwellen.
De situatie wordt gewoonlijk chaotisch en
is beheerst door angst.
Organisaties van dit type hebben wel de meest
verlammende invloed op de motivatie van de medewerkers.
Kets de Vries
stelt dat dergelijke organisaties op termijn niet kunnen overleven in
een marktsituatie. Daar komt tenslotte niets constructiefs meer
uit voort, met onvermijdelijke negatieve gevolgen voor de
bedrijfsresultaten.
Het is wel duidelijk dat het bij de vier beschreven typen om vrij zware
stoornissen gaat, die behoorlijk disfunctionele situaties opleveren,
maar die wel vrij regelmatig voorkomen, volgens deze studie.
Nog los van deze typeringen en analyses gaat de studie in op een
regelmatig voorkomend verlies van motivatie, inspiratie en enthousiasme
zo rond de middelbare leeftijd.
Ondernemers veranderen dan nogal eens
in 'slaapwandelaars', die alleen nog routineus en volgens gewoonte te
werk gaan, terwijl de hele situatie ze eigenlijk niet meer
interesseert.
Dergelijke personen kunnen ook een slaapverwekkende en
demotiverende invloed op hun omgeving hebben, waarin vooral niets
ongewoons mag gebeuren en waarin dan ook vaak niet zo veel nieuws meer
gebeurt.
Soms gaat het dan om een tijdelijke inzinking, maar in de
ongunstigste gevallen duurt deze toestand voort tot aan de pensionering.
Kets de Vries gaat op zoek naar manieren voor dergelijke personen
om weer tot leven te komen en om een vernieuwde passie voor het werk en
liefde voor het leven tot stand te brengen.
Hierbij
volgt hij met name de denkbeelden van C.G. Jung over het
individuatieproces en de noodzaak tot herverbinding met de
levenskrachten en de omgeving.
Het
alternatief zou volgens Kets de Vries een toename van depersonalisatie
zijn, wat erg verstorend werkt op de persoon en de omgeving.
Een aardig hoofdstuk in dit boek behandelt de organisatievorm en
levensstijl van Pygmeeenstammen, die op hun eigen eenvoudige wijze een
aantal goede en zinvolle manieren van onderlinge omgang en organisatie
van hun activiteiten hebben ontwikkeld.
Tenslotte volgt een beschrijving en analyse van een gewoonte in het
bedrijfsleven die volgens Kets de Vries vaak problemen oplevert,
namelijk de gewoonte om bij problemen rond de winstgevendheid van
bedrijven te kiezen voor bezuinigingen en afslankingsoperaties als
oplossing voor de ongewenste situatie.
Kets de Vries meent dat deze oplossing in veel gevallen ongepast en
contraproductief is en hij haalt een reeks studies over dit onderwerp
aan om deze stelling te onderbouwen.
Hieruit blijkt dat het bezuinigen slechts in een minderheid van de
gevallen een werkelijk voordeel heeft opgeleverd. In veel gevallen
verslechteren de bedrijfsresultaten juist verder, om diverse redenen.
Het moreel bij de medewerkers is dan gewoonlijk ook een stuk
verslechterd als gevolg van dit soort reorganisaties.
Er
ontstaat een
cultuur van 'beulen', 'slachtoffers' en 'overlevenden' in het bedrijf.
Hiervan geeft de auteur een vrij uitgebreide beschrijving.
Kets de Vries meent dat het in veel gevallen beter zou zijn om niet uit
gewoonte naar het bezuinigingsinstrument te grijpen, maar om op zoek te
gaan naar andere, meer constructieve oplossingen.
In veel gevallen is het mogelijk om een
beter resultaat te behalen door bijvoorbeeld vernieuwing in de
productie, de marketing of de organisatiewijze, of door het aanpakken
van de eerder geschetste disfunctionele organisatievormen, die
gekenmerkt worden door bovengenoemde 'samenzweringen'.
De studie sluit af met een beschouwing over zinvol werk, de zoektocht
naar betekenis van mensen, die ook wel in werksituaties plaatsvindt, en
de waarde van effectieve organisaties.
Het gaat hierbij vooral om het
aanboren en cultiveren van de meer intrinsieke motivaties van mensen,
zoals de wens om goede dingen voort te brengen, in een plezierig
sociaal verband te leven, iets van betekenis te doen en iets van waarde
achter te laten voor komende generaties.
In effectieve organisaties
werken mensen graag en de organisatie biedt de mogelijkheid om goede
resultaten te behalen op basis van dergelijke intrinsieke motivaties.
Deze studie biedt een interessante combinatie van
denkbeelden uit de
dynamische psychologie, waarin zowel (neo-)Freudiaanse als
(neo-)Jungiaanse
denkbeelden toegepast worden, en de organisatiekunde.
Allerlei
gevalsbeschrijvingen maken de geschetste situaties inzichtelijker en
beter inleefbaar.
Het boek blijft op de meeste punten vrij dicht bij de gangbare
theorieen, maar het biedt ook enige interessante vernieuwende
denkbeelden.
De
voornaamste vernieuwing is te vinden in de zinvolle wijze waarop de
twee
bovengenoemde vakgebieden met elkaar gecombineerd worden.
Het boek is in een plezierig leesbare stijl geschreven, met een groot
aantal beeldende uitdrukkingen ter beschrijving van bepaalde
verschijnselen.
Het biedt een waardevolle bijdrage aan het onderzoek naar het
functioneren van organisaties, gezien vanuit psychologisch perspectief.
Verder naar toelichting op de foto's
Terug
naar de hoofdpagina van C.G. Jung info
naar Psychologisch Centrum aan het IJ
Drs. Carla Vredeveld - Voorjaar 2005
|